
In rap tempo hebben we de afgelopen jaren afscheid genomen van grote schrijvers uit de Nederlandse Literatuur. Reve, Mulisch, Wolkers en vandaag exact vier jaar geleden Hugo Claus. Wanneer Claus voor het laatst het boekenbal heeft bezocht weet ik niet. Afgelopen week zag ik hem wel voorbijschuifelen in oude beelden van Boekenbals uit de jaren zeventig en tachtig.
Het overlijden van Claus viel bijna samen met de verjaardag van zijn meesterwerk Het Verdriet van Belgie. 17 maart 1983 gepresenteerd in het Gentse HotsyTotsy. Prachtige naam, prachtig boek, een schok ging door Belgie, Taboes werden beschreven. De macht van de Kerk, de Tweede Wereld Oorlog, Collaboratie en Verzet. De wereld van de gewone man en de gewone vrouw. Het boek is een aanklacht en heeft een boodschap. Wantrouwen tegen elke ideologie en zogenaamde waarheden. Het leven is banaler dan wat wij willen accepteren.
"We houden allemaal van spinazie, of wij haten het! We hebben allemaal op dezelfde manier tandpijn en we houden allemaal van onze moeder. Zo is het, en de rest is Politiek." Jacques Brel in een interview over de taalstrijd in zijn land.
Twee grote Belgen. Vlamingen. Claus de Vlaming die een van de grootste schrijvers is in het Nederlands Taalgebied. De andere Vlaming, Brel, die zijn mooiste chansons in het Frans schreef en vertolkte. Beiden geliefd en gehaat. Of liever: geliefd of verkeerd begrepen. Om even in het Franse taalgebied te blijven; Camus, de Fransman die lange tijd van zijn leven in Noord Afrika woonde, Algerije, buurland van Libie, schreef:
"Men moet zijn principes bewaren voor de schaarse momenten in het leven waar het op principes aankomt. Meestal in een beetje barmhartigheid al voldoende".
De wereld is verdeeld, landen zijn verdeeld, mensen zijn verdeeld. Op de dag dat het wel eens tot een uitbarsting kan komen in Libie denk ik aan die woorden. Verzet en Collaboratie liggen soms akelig dicht bij elkaar. Uiteindelijk proberen we allemaal te overleven.
Quand on n'a que l"amour zong Brel. Als er slechts liefde is. Liefde overwint alles en legt zelfde de kanonnen het zwijgen op. Wellicht te mooi om waar te zijn en qua inhoud terug naar de jaren zestig. Maar het troost en maakt zacht. (link naar Quand on n'a que l'amour http://iturl.nl/sn40R )
Brel: ne me quitte pas!

Khadaffi lijkt garen te spinnen bij de ramp in Japan. De publieke aandacht is al enkele dagen vol gericht op de gevolgen van Tsunami en de nog steeds dreigende situatie rond de centrale in Fukushima. Aandacht en steun voor de opstandelingen in Benghazi en andere steden in Libie is afgevlakt. Natuurlijk vergaderde de VN Veiligheidsraad over sluiting van het luchtruim boven Libie. Natuurlijk vergadert ook de Europese Commissie. Maar op dit moment is er geen land die de verantwoordelijkheid wil nemen om in te grijpen. Khadaffi lijkt aan de winnende hand. Verhofstadt noemt de opstandelingen Helden en vindt dat "wij" ze in de kou laten staan: "Er moet wat gebeuren, meer dan het sturen van observatieteams". De publieke aandacht richt zich op dit moment op andere helden. De vijftig van Fukushima. Mensen die met gevaar voor eigen leven de centrale koelen en het land behoeden voor een kernramp. De helden in Libie moeten even wachten. Zo lang zal het toch niet meer duren voordat de situatie in Japan onder controle is?


