dinsdag 5 april 2011

Dinsdag 5 April Bunga Bunga, Marco Kroon en de kroket

Toen mijn broertje 5 werd, was ik bijna 10. Hij gaf een feestje. Er waren 6 kinderen te gast. In totaal zaten we met acht kinderen aan tafel toen de spelletjes achter de rug waren (inclusief mijn broertje en ik). We hadden verstoppertje gespeeld, iets met een blinddoek en een ezel en vast nog wat dingen die ik nu vergeten ben. Het geheugen is selectief. Toch herinner ik me precies wat er aan tafel gebeurde. Een van de kinderen pakte gelijk een handje frites en twee kroketten en begon te eten. Marike at eerst haar bordje frites op om de kroket tot het laatst te bewaren, en zo deed ik dat ook. Toen ik de frites op had pakte ik mijn kroket waar ik recht op had, er waren er immers precies acht. Marike graaide mis. En begon hard te huilen. Zo hard dat mijn vader aan kwam snellen, de kroket op mijn bord zag, mij een fikse draai om de oren gaf en mij naar boven stuurde: ik had de kroket van Marike gepakt en als oudste moest ik het goede voorbeeld geven. Het is nu zo'n veertig jaar geleden maar nog steeds voel ik de behoefte om mijzelf te verdedigen. Ik heb het adres van Marike nooit achterhaald, maar ik hoop dat ze dit leest. Echt, het was niet mijn schuld! Ik had hoogstens even kunnen wachten, als oudste, alvorens ik de laatste kroket pakte.
Veroordeeld worden om iets wat je niet hebt gedaan is traumatiserend. Ik had alle schijn tegen. Was de oudste, had als enige nog een kroket op mijn liggen, en als rossig jongetje kreeg ik bij de eerste de beste ware of niet ware beschuldiging ook nog een vuurrood hoofd. Ik had mijn uiterlijk tegen.

Gisteren was de eerste zittingsdag van Kapitein en Ridder Marco Kroon. Zijn priveleven ligt op tafel ("ik had een spaarkaart bij de seksshop") , de schijn tegen (uit de enige haren op zijn lichaam, 2 borstharen, blijken sporen van cocaine), en zijn uiterlijk tegen (daar snap ik niets van, maar dat zegt Marco zelf, hij heeft toch zelf zijn haren afgeschoren en lijkt sprekend op minstens een kwart van alle spelers uit de vaderlandse voetbalcompetitie, en niet alleen de vaderlandse). Het kan zomaar zijn dat hem een borsthaar aangenaaid is (matennaaierij komt ook bij veel voetballers voor) en dat blijkt dat deze Ridder niets te verwijten valt, op zijn spaarkaart na dan. Sparen bij een seksshop doe je niet. De man is voor de rest van zijn leven gestigmatiseerd, schuldig of niet, en wij smullen bij de verhalen. Rectificatieberichten op TV of in de krant zijn niet sexy, die lezen of horen we toch niet. Hoe moet Marco verder met de rest van zijn leven als blijkt dat hij onschuldig is?

Morgen Sylvio en Bunga Bunga in de rechtszaal in Italie. Hier lijkt het niet om de schuldvraag te gaan, maar om de strafmaat en hoe hij zich hier uit gaat redden. Maar is dat wel zo? De enigen die daar wat zinnigs over kunnen zeggen zijn de gasten die aanwezig waren op het feestje, zeg maar de Marikes van de kroketten. Berlusconi gaat achtenzeventig (78!) getuigen op laten roepen. Namen die nu uitgelekt zijn, zijn onder meer van Clooney en ook grote namen uit de voetballerij worden genoemd. Het belooft een groot mediaspectakel te worden met een rode loper richting de ingang van de rechtszaal. De Oscar-uitreiking zal er bij in het niet vallen. Drie vrouwelijke rechters mogen de zaak beoordelen. Wordt het een mannen-onder-elkaar proces waarin ze elkaar de hand boven het hoofd gaan houden of zouden er toch matennaaiers bij zijn? Het zal een van de twee worden. Berlusconi naar het gevang? Daar wil voorlopig nog niemand in geloven. Dat zijn mediaconglomeraat er wel bij zal varen is haast wel zeker. Bunga Bunga. Als ik een naam zou moeten verzinnen voor een nieuw roddelblad, dan wist ik het wel!

maandag 4 april 2011

Maandag 4 april Geen stukje

Na twee volle maanden Dagtaak nu de dag die ik steeds heb gevreesd. De dag dat ik er niet aan toe kom een column te schrijven. Ik schrijf mijn stukje elke morgen tussen half acht en half negen. Daarna een plaatje erbij zoeken, een snelle, soms te snelle, correctie en dan online. Soms komt het voor dat andere dringende werkzaamheden, zoals telefoontjes, de hond, een afspraak die echt niet anders kan, er de oorzaak van zijn dat het geen negen uur maar half tien of een enkele keer na tienen wordt. Ik heb daar vrede mee. De deadline is door mijzelf bedacht en omdat ik aan niemand anders dan aan mijzelf verantwoording af hoef te leggen is een overschrijding van de deadline geen punt. Denk ik, vind ik, weet ik. Maar in mijn hart vind ik het vreselijk. Van de meer dan zestig verschenen columns waren er ruim vijfenvijftig voor negen uur klaar. De inspiratie voor de column haal ik uit de ochtendkranten, online of de papieren versie, uit de programma's die ik de dag ervoor heb gezien, of zomaar puttend uit mijn geheugen en wat ik passend vind binnen het thema van de dag. Vandaag is er geen thema. Ik sla het lezen van de krant over, en gisteravond ben ik tijdens het voetbalprogramma in slaap gesukkeld. Ik zag nog net hoe een getatoeerde held een meesterlijk doelpunt maakte waardoor Twente grote kans maakt wederom kampioen van Nederland te worden. De uren daarna zijn besteed aan de voorbereiding: kleding klaarleggen, telefonisch overleg, echtelijke gesprekken en gestaar in de ruimte; van de begrafenis waar we zo heen gaan. Een triest sterfgeval in de uiteengevallen familie van mijn vrouw. Ik wist al dagen van het tijdstip, ik wist al dagen van de emoties die er zouden komen, ik wist al dagen dat het me deze ochtend niet zou lukken de Dagtaak fatsoenlijk voor te bereiden. Ik ga dit stukje dan ook niet aankondigen via kanalen die ik normaliter gebruik. Voor dagen als deze moet ik eigenlijk wat columns achter de hand houden, zo heb ik mezelf steeds voorgenomen. Maar dat kan ik niet. De spontane inval van de ochtend maakt het stukje. Ik ga me aankleden. Morgen weer een Dagtaak.

zondag 3 april 2011

Zondag 3 april Elevator Pitch, Twitter en de Filosofie


Kort en bondig formuleren is een kunst. Tenminste, als we daar de eis aan stellen dat datgene wat we formuleren ook nog helder moet zijn voor de ontvanger. Mij bezorgt het hoofdpijn en zenuwaanvallen "Kunt u in twee zinnen aangeven waarom we met u in zee moeten gaan?" of "Leg nog eens in een twee woorden uit wat de essentie is van uw verhaal?" Aan het eind van je betoog tijdens een mooie lezing wil je net beginnen aan de slotwoorden die je zorgvuldig hebt voorbereid met enkele geestige kwinkslagen erin, tot de dagvoorzitter je onderbreekt: "Heer Dagtaak, wilt u gezien de tijd, uw betoog binnen de minuut afronden".

Een beroemde anecdote, van de week opnieuw gehoord op de radio, verhaalt over de Franse President Pompidou die bij Chroetsjov (Sovjet Unie, partijleider, eind jaren vijftig, begin jaren zestig) op bezoek gaat en vraagt: Kunt u in een woord aangeven hoe de Russische Economie ervoor staat? Chroetsjov denkt even na, en zegt: Goed! Pompidou vindt bij nader inzien dit antwoord toch te kort, en vraagt, "Meneer Chroetsjov, U zegt "Goed", misschien kunt u de vraag voor een beter begrip in twee woorden beantwoorden over hoe de Russische economie ervoor staat? Chroetsjov kijkt hem aan en zegt: "Niet goed!.

Wij zouden nu zeggen: U heeft nog 131 tekens over!, maar de anecdote is niet alleen grappig, maar ook leerzaam. We worden gedwongen om ingewikkelde vragen en problemen te beantwoorden in kort en klein bestek. Jezelf presenteren in de tijd die een lift erover doet om van 1 naar 10 te gaan ("Elevator Pitch"). Een samenvatting te geven van een boeiend debat, of voor mijn part een voetbalwedstrijd, in de halve minuut tussen twee reclameblokken door, bij een artikel dat als zeer boeiend en interessant op Twitter als lezenswaardig wordt aanbevolen staat tussen haakjes (" slechts 2 minuten leestijd").

Ik ben dan ook blij dat we eens per jaar een maand de tijd nemen om onszelf rust, ruimte en tijd te gunnen om wat langer bij de grote vraagstukken stil te staan. Gisteren was de aftrap van de maand van de filosofie. Het vakgebied bij uitstek waar goede formuleringen centraal staan en waar we niet zouden moeten zeuren als de spreker of schrijver een minuutje extra de tijd neemt om ons de essentie van het probleem nog een keer uit te leggen, voor alle duidelijkheid. Ik verheug me erop: "nee hoor, we doen geen elevator pitch deze maand, maar we nemen de trap!" De voorzitter van het symposium die niet de spreker maant tot snelheid maar het publiek extra aanzet tot aandacht om de gesproken woorden goed te laten doordringen. Geen Twitterberichten meer met aankondigingen van de hoeveelheid benodigde tijd om iets te lezen, maar een aanbeveling om er eens goed voor te gaan zitten. De Franse cultuurfilosoof Pascal Bruckner wordt voor zijn doorgezakte boekenkast gefotografeerd voor de Volkskrant alsof hij wil zeggen: Dit heb ik allemaal nodig gehad om tot mijn uitspraken te komen! Sterker was geweest als hij in plaats van zijn zwarte stappers mooie sloffen zou hebben aangetrokken. Huiselijk, rust uitstralend en vooral de illusie van "de tijd ervoor nemen".

Dan pak ik de krant die mijn geest moet scherpen, nooit te beroerd geweest om lange stukken aan de "man" te brengen. Ik verheug me op een prachtig verhaal over de noodzaak tot nadenken en elkaar de tijd gunnen om uit te praten, begrip is belangrijker dan tijd, zoiets. Het NRC heeft deze maand aangegrepen om zich populair te maken bij het "Socialmediavolk". De twittercanon van de filosofie. Twee filosofen vatten de ideeen van 's werelds grootste denkers samen in 140 tekens! De elevator Pitch van Plato, van Descartes, van Seneca.

Als we dan ook nog de Koran en de Bijbel in 140 tekens gaan samenvatten dan is in elk geval boekverbranding niet meer nodig. We kieperen met zijn allen tijdens de maand van de filosofie onze mobiele telefoons op de brandstapel. Nadenken kost teveel tijd.